Ps 104 Waak op, mijn ziel, loof d' Oppermajesteit

Verzen:


J. Worp, D. Sanderman

J. Worp, D. Sanderman


Waak op, mijn ziel, loof d' Oppermajesteit!
Wat zijt Gij groot, wat spreidt Uw heerlijkheid,
Geduchte God, al luisterrijke stralen.
Zij baart ontzag door al de hemelzalen.
Het blinkend licht bedekt U als een kleed.
De hemel, dien G' als een gordijn verbreedt,
En uitspant voor Uw Goddelijke woning,
Verbergt voor d' aard' Uw prachtigste vertoning.
Gij zoldert in de waatren Uwen troon;
De wolken, steeds gereed op Uw geboon,
Op 't hoogst vereerd, dat zij haar Koning dragen,
Verstrekken U als tot een zegewagen.
Gij wandelt op de vleuglen van den wind,
Dien G' als 't heelal aan Uwen dienst verbindt.
Een geestenheir maakt Gij Uw afgezanten,
Een vlammend vuur Uw trouwe rijkstrawanten.
Uw wonderkracht heeft in den morgenstond
Des vluggen tijds, deez' aarde vast gegrond.
Wat in haar kreits ooit wanklen moog' of wijken,
Zij zal, door U gevestigd, nooit bezwijken.
Zij, die ten blijk van Uwe macht verstrekt,
Was eertijds met den afgrond overdekt,
Als met een kleed. De hoogte van de golven
Hield al 't gebergt' in 't grondloos diep bedolven.
De Godheid sprak en donderd' in de lucht.
De woeste zee, verschrikt door 't sterk gerucht,
Vlood haastig heen naar 't perk, haar aangewezen.
Het log gevaart' der bergen, opgerezen,
Vertoonde 't eerst zijn korts onzichtbren top,
En hief alom de fiere kruinen op.
't Ontelbaar tal van vruchtbre dalen daalde,
Ter juister plaats, die Gods bevel bepaalde.
D' ontembre zee houdt stand, waar 't God gebiedt.
Zij overschrijdt de vaste stranden niet;
Zij ziet haar macht door hoger macht betomen,
En zal deez' aard' nooit weder overstromen.
Gods goedheid zendt de koele bronnen uit.
Zij wandelen, met ruisend stroomgeluid,
De bergen om, en dwalen en verspreien
Zich wijd en zijd door beemden en valleien.
Het nuttig vee en 't roofziek bosgediert',
Zelfs d' ezel, die door woeste wouden zwiert,
Die ongetemd, zich kreunt aan juk noch koorden,
Vindt lafenis aan hare frisse boorden.
't Gevogelte, dat in zijn snelle vlucht
De vlerken klapt en opstijgt naar de lucht,
Of uit het loof zijn schelle stem laat horen,
Heeft aan haar zoom zijn woningen verkoren.
't Is God, Wiens hand den bergen water schenkt,
Den drogen grond uit Zijnen hemel drenkt,
Den regen geeft uit Zijne hoge zalen,
En vruchtbaarheid doet zweven in de dalen.
Dan schiet voor 't vee de teedre grasscheut uit;
Tot 's mensen dienst ontluikt dan 't geurig kruid;
Dan spruit het brood, nog in den halm besloten,
Uit d' aarde voort, door milden dauw begoten.
God geeft den wijn, tot vreugd voor 't hart bereid,
En d' olie, die een glans op 't aanschijn spreidt,
En 't lieflijk brood, dat onze kracht moet voeden:
Hij wil ons dus verkwikken en behoeden.
't Is God alleen, die door Zijn sterke hand
Den Libanon met cederen beplant,
't Geboomte voedt en kracht schenkt, onder 't kweken,
Aan 't lommrig woud, aan schaduwrijke streken.
Het vogelte vindt schuilplaats in hun loof,
En vormt zijn nest uit zijn vergaarden roof.
De dennen zijn, daar z' opgaan als pilaren,
Het steil verblijf der kleppend' ooievaren.
De steenbok springt en klautert, van den top
Des heuvels, tot de kruin der bergen op.
De hoge rots houdt in verborgen holen,
Het schuw konijn voor ons gezicht verscholen.
De gouden zon weet, waar zij schuil moet gaan;
De wisseling der wisselende maan,
Aan tijd en loop op 't wonderbaarst verbonden,
Verschijnt ons oog op haar bepaalde stonden.
Gij, Heer', beschikt door Uw geduchte macht,
De duisternis, en 't wordt op aarde nacht;
Wanneer 't gediert' door woud en veld mag dwalen,
Om voedsel voor het hongrig nest te halen.
Het donker bos weergalmt op 't hees geschreeuw
Van leeuwenwelp en fieren jongen leeuw,
Die, heet op roof, in afgelegen hoeken,
Al brullend, spijs van God, den Gever, zoeken.
Maar op de komst van licht en dageraad,
Op 't zien der zon in 't luisterrijk gewaad,
Keert elk van hen naar zijn verborgen kuilen,
Daar zij, verzaad, zich voor ons oog verschuilen.
Dan wordt de mens door 't rijzend morgenlicht
Gewekt, gewenkt tot arbeid, tot zijn plicht;
Hij plant, hij bouwt; men ziet hem zwoegen, draven;
Tot 's avonds toe laat hij niet af van slaven.
Hoe schoon, hoe groot, o Oppermajesteit,
Is al Uw werk, gevormd met wijs beleid!
Uw wijsheid streelt oplettende gemoedren;
Al 't aardrijk is vervuld met Uwe goedren.
D' onpeilbre zee bergt in haar ruimen schoot
Een talloos tal van schepslen, klein en groot,
Die in haar diept' al weemlend zich vergaren.
Het golvend ruim der rusteloze baren,
Wordt steeds doorkruist van schepen, wijd en zijd;
Daar zwemt en duikt het schubbig heir om strijd;
Daar laat Gij zelfs den Leviathan spelen,
Den schrik der zee in deze vreugde delen.
Wat in de lucht, op d' aard', in 't water leeft,
't Wacht al op U, die elk zijn spijze geeft;
't Wacht al op U, die alles kunt behoeden.
Als Uwe gunst al 't schepslenheir wil voeden,
En liefderijk aan hunne nooddruft denkt,
Vergaadren zij den voorraad, dien Gij schenkt,
En worden door Uw goedheid mild bejegend,
Elk op zijn tijd, in overvloed gezegend.
Verbergt G', o God, Uw glansrijk aangezicht,
Dan siddren zij op 't missen van dat licht,
Dat troostrijk licht, waardoor zij 't licht verwerven.
Neemt Uwe hand hun adem weg, zij sterven;
Zij worden stof, gelijk zij zijn geweest.
Bezielt Gij hen door 't zenden van Uw Geest,
Dan ziet men hen weer leven als tevoren;
Dan wordt al d' aard met nieuwen glans herboren.
De heerlijkheid der hoogste Majesteit
Zij hoog geroemd en duur' in eeuwigheid;
Zij blink' alom en kenn' noch paal noch perken!
Dat zich de Heer' verblijd' in al Zijn werken.
Het aardrijk schudt, als God in gramschap blaakt;
Wanneer Zijn hand de hoge bergen raakt,
Slaan zij terstond aan 't sidderen, aan 't roken,
Inwendig door Gods almacht aangestoken.
Ik zal, zolang ik 't levenslicht geniet,
Gods mogendheid verheffen in mijn lied.
Ik zal mijn God met lofgezangen eren,
Terwijl ik nog op aarde mag verkeren.
Mijn aandacht zal op Hem gevestigd staan,
En met vermaak Zijn grootheid gadeslaan;
Ik zal mij in den God mijns heils verblijden,
En dag op dag aan Hem mijn psalmen wijden.
De zondaar zal verdelgd zijn op Gods wenk,
De boosheid zal vergaan, eer 't iemand denk'!
Waak op, mijn ziel, wil uwen Schepper eren;
Gelooft zij God; men loov' den Heer der heren!

Bron: Psalm 104 Laus Deo, Salus Populo


Z 8 Morgenzang / H. Ghijzen - MZ
Ps 119 Welzalig zijn d' oprechten van gemoed / J.E. Voet - Psalm 119
Ps 80 Neem Isrels Herder, neem ter oren / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 80
Ps 148 Looft God, zingt eeuwig 's Heeren lof / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 148
Z12 Avondzang / H. Ghijsen - AZ
Ps 149 Looft, looft den Heer', dien onbedwongen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 149
Ps 49 Gij, volken, hoort; waar g' in de wereld woont / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 49
Ps 59 Red mij, o God, uit 's vijands handen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 59
Ps 46 God is een toevlucht voor de Zijnen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 46
Ps 134 Looft, looft nu aller heren Heer' / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 134
Ps 93 De Heer' regeert; de hoogste Majesteit / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 93
Ps 133 Ai, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is 't, dat zonen / J.E. Voet - Psalm 133
Ps 38 Groot en eeuwig Opperwezen / J.E. Voet - Psalm 38
Ps 139 Niets is, o Oppermajesteit / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 139
Ps 124 Dat Israel nu zegge, blij van geest / J.E. Voet - Psalm 124
Ps 14 De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed / J.E. Voet - Psalm 14
Ps 57 Gena, o God, gena, hoor mijn gebeen / J.E. Voet - Psalm 57
Ps 92 Laat ons den rustdag wijden / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 92
Ps 74 Waarom, o God, zijn wij in eeuwigheid / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 74
Ps 6 O Heer', Gij zijt weldadig / J.E. Voet - Psalm 6
Ps 54 O God, verlos mij uit den nood / J.E. Voet - Psalm 54
Ps 26 O Heer', doe Gij mij recht. / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 26
Ps 41 Welzalig hij, die zich verstandig draagt / J.E. Voet - Psalm 41
Z 6 Twaalf Artikelen / J.E. Voet - TA
Ps 100 Juich aarde, juich alom den Heer' / H. Ghijsen - Psalm 100
Ps 140 O Heer', verlos mij uit de banden / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 140
Ps 78 Neem, o mijn volk, neem mijne leer ter oren / J.E. Voet - Psalm 78
Ps 68 De Heer' zal opstaan tot den strijd / J.E. Voet - Psalm 68
Ps 83 Zwijg niet, o God, houd U niet doof / J.E. Voet - Psalm 83
Ps 25 'k Hef mijn ziel, o God der goden / J.E. Voet - Psalm 25
Ps 63 O God, Gij zijt mijn toeverlaat / J.E. Voet - Psalm 63
Ps 39 Ik zei: "Nu zal ik letten op mijn paan / J.E. Voet - Psalm 39
Z 3 Lofzang van Zacharias / Laus Deo, Salus Populo - LvZ
Ps 42 't Hijgend hert, der jacht ontkomen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 42
Ps 66 Juich, aarde, juich met blijde galmen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 66
Z10 Bedezang voor het eten / H. Ghijsen - BvE
Ps 91 Hij, die op Gods bescherming wacht / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 91
Ps 82 In d' achtbre Godsvergaderingen / H. Ghijsen - Psalm 82
Ps 120 'k Riep tot den Oorsprong aller dingen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 120
Ps 97 God heerst als Opperheer / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 97
Ps 135 Prijst den Naam van uwen God / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 135
Ps 94 Verschijn nu blinkend, God der wrake / J.E. Voet - Psalm 94
Ps 103 Loof, loof den Heer', mijn ziel / J.E. Voet - Psalm 103
Ps 7 O Heer', mijn God, volzalig Wezen / J.E. Voet - Psalm 7
Ps 45 Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen / J.E. Voet - Psalm 45
Ps 96 Zingt, zingt een nieuw gezang den Heere / J.E. Voet - Psalm 96
Ps 13 Hoe lang, o Heer', mijn toeverlaat / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 13
Ps 62 Mijn ziel is immers stil tot God / J.E. Voet - Psalm 62
Ps 12 Behoud, o Heer', wil ons te hulpe komen / J.E. Voet - Psalm 12
Ps 4 Wil mij, wanneer ik roep, verhoren / H. Ghijsen - Psalm 4
Ps 123 Ik hef tot U, die in den hemel zit / H. Ghijsen - Psalm 123
Ps 27 God is mijn licht, mijn heil, wien zou ik vrezen? / J.E. Voet - Psalm 27
Ps 22 Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij / J.E. Voet - Psalm 22
Ps 98 Zingt, zingt een nieuw gezang den Heere / J.E. Voet - Psalm 98
Ps 86 Neig, o Heer', Uw gunstig' oren / J.E. Voet - Psalm 86
Ps 61 Wil, o God, mijn bede horen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 61
Ps 31 Op U betrouw ik, Heer' der heren / J.E. Voet - Psalm 31
Ps 129 Men heeft mij fel benauwd van jongs af aan / J.E. Voet - Psalm 129
Ps 34 Ik loof den Heer', mijn God / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 34
Ps 9 Ik zal met al mijn hart den Heer' / J.E. Voet - Psalm 9
Ps 109 O God, zo waardig mijn gezangen / J.E. Voet - Psalm 109
Ps 131 Mijn hart verheft zich niet, o Heer' / J.E. Voet - Psalm 131
Ps 95 Komt, laat ons samen Isrels Heer / J.E. Voet - Psalm 95
Ps 23 De God des heils wil mij ten Herder wezen. / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 23
Ps 81 Zingt nu blij te moe / J.E. Voet - Psalm 81
Ps 116 God heb ik lief / J.E. Voet - Psalm 116
Ps 10 Waarom, o Heer', blijft Gij van verre staan? / J.E. Voet - Psalm 10
Z 1 Mijn ziel, herdenk met heilig beven / J.E. Voet - TG
Ps 127 Vergeefs op bouwen toegelegd / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 127
Ps 44 O God, wij mochten met onz' oren / J.E. Voet - Psalm 44
Ps 64 't Behaag' U, mij gehoor te geven / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 64
Ps 8 Heer', onze Heer, grootmachtig Opperwezen / J.E. Voet - Psalm 8
Ps 3 Hoe vreeslijk groeit, o God / J.E. Voet - Psalm 3
Ps 16 Bewaar mij toch, o alvermogend God / J.E. Voet - Psalm 16
Ps 32 Welzalig hij, wiens zonden zijn vergeven / J.E. Voet - Psalm 32
Ps 67 D' algoede God zij ons genadig / H. Ghijsen - Psalm 67
Z13 Eigen geschrift Davids / Abraham van der Meer - EgD
Ps 138 'k Zal met mijn ganse hart Uw eer / J.E. Voet - Psalm 138
Ps 147 Laat 's Heeren lof ten hemel rijzen / J.E. Voet - Psalm 147
Ps 88 O God mijns heils, mijn toeverlaat / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 88
Ps 52 Waartoe u dus beroemd in 't kwade / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 52
Ps 58 O, gij vergadering, gezeten / J.E. Voet - Psalm 58
Ps 115 Niet ons, o Heer', niet ons, Uw Naam alleen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 115
Ps 77 Mijn geroep, uit angst en vrezen / J.E. Voet - Psalm 77
Ps 35 Twist met mijn twisters, hemelheer / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 35
Z11 Dankzang na het eten / H. Ghijsen - DnE
Ps 73 Ja waarlijk, God is Isrel goed / J.E. Voet - Psalm 73
Ps 50 Der goden God verheft Zijn stem met macht / J.E. Voet - Psalm 50
Ps 51 Gena, o God, gena, hoor mijn gebed / J.E. Voet - Psalm 51
Ps 18 'k Betrouw op God, Hij is mijn schild in 't strijden / J.E. Voet - Psalm 18
Ps 114 Toen Israel 't Egyptisch rijksgebied / J.E. Voet - Psalm 114
Ps 132 Gedenk aan David, aan zijn leed / J.E. Voet - Psalm 132
Ps 76 God is bekend bij Judas stam / J.E. Voet - Psalm 76
Ps 40 'k Heb lang den Heer' in mijnen druk verwacht / J.E. Voet - Psalm 40
Ps 89 'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheen / J.E. Voet - Psalm 89
Ps 121 'k Sla d' ogen naar 't gebergte heen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 121
Ps 112 Zingt, zingt den lof van 't Opperwezen / J.E. Voet - Psalm 112
Ps 146 Prijs den Heer' met blijde galmen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 146
Ps 150 Looft God, looft zijn Naam alom / H. Ghijsen - Psalm 150
Ps 33 Zingt vrolijk, heft de stem naar boven / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 33
Ps 21 O Heer', de Koning is verheugd / J.E. Voet - Psalm 21
Ps 84 Hoe lieflijk, hoe vol heilgenot / J.E. Voet - Psalm 84
Ps 145 O God, mijn God, Gij aller vorsten Heer' / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 145
Ps 144 Gezegend zij de Heer', die t' allen tijde / J.E. Voet - Psalm 144
Ps 102 Hoor, o Heer', verhoor mijn smeken / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 102
Ps 101 'k Zal van de deugd der milde goedheid zingen / J.E. Voet - Psalm 101
Ps 87 Zijn grondslag, zijn onwrikbre vastigheden / J.E. Voet - Psalm 87
Ps 107 Looft, looft den Heer' gestadig / J.E. Voet - Psalm 107
Ps 113 Gij 's Heeren knechten, looft den Heer' / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 113
Ps 108 Mijn hart, o Hemelmajesteit / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 108
Ps 1 Welzalig hij, die in der bozen raad / J.E. Voet - Psalm 1
Ps 106 Looft God, den trouwen Opperheer / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 106
Ps 85 Gij hebt Uw land, o Heer', die gunst betoond / J.E. Voet - Psalm 85
Ps 136 Looft den Heer', want Hij is goed / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 136
Ps 19 Het ruime hemelrond / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 19
Ps 122 Ik ben verblijd, wanneer men mij / H. Ghijsen - Psalm 122
Ps 11 Op God alleen betrouw ik in mijn noden / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 11
Ps 15 Wie zal verkeren, grote God / J.E. Voet - Psalm 15
Ps 24 Al d' aard' en alles wat zij geeft / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 24
Ps 28 Ik roep tot U, o eeuwig Wezen! / J.E. Voet - Psalm 28
Ps 55 O God, neem mijn gebed ter oren / J.E. Voet - Psalm 55
Ps 141 'k Roep, Heer', in angst tot U gevloden / J.E. Voet - Psalm 141
Ps 17 't Behaag' U, Heer', naar mijn gebed / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 17
Ps 36 Het trots gedrag des bozen doet / J.E. Voet - Psalm 36
Ps 105 Looft, looft, verheugd den Heer' der heren; / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 105
Ps 29 Aardse machten, looft den Heer'! / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 29
Ps 47 Juicht, o volken, juicht / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 47
Ps 71 'k Betrouw op U, hoor mijn gebeden / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 71
Ps 75 U alleen, U loven wij / H. Ghijsen - Psalm 75
Ps 48 De Heer' is groot; elk zing' Zijn lof / J.E. Voet - Psalm 48
Ps 143 O Heer, wil mijn gebeden horen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 143
Ps 56 Gena, o God, bescherm mij door Uw hand / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 56
Ps 111 Looft, Hallelujah, looft den Heer' / J.E. Voet - Psalm 111
Ps 125 Hij zal noch wanklen, noch bezwijken / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 125
Ps 126 Wanneer de Heer', uit 's vijands macht / H. Ghijsen - Psalm 126
Ps 118 Laat ieder 's Heeren goedheid loven / J.E. Voet - Psalm 118
Ps 137 Wij zaten neer, wij weenden langs de zomen / J.E. Voet - Psalm 137
Ps 69 O God, verlos en red mij uit den nood / J.E. Voet - Psalm 69
Ps 60 O God, hoe hebben wij getreurd / J.E. Voet - Psalm 60
Ps 117 Loof, loof den Heer', gij heidendom / J.E. Voet - Psalm 117
Z 4 Lofzang van Simeon / Laus Deo, Salus Populo - LvS
Ps 72 Geef, Heer', den Koning Uwe rechten / J.E. Voet - Psalm 72
Ps 128 U mag men zalig heten / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 128
Ps 70 Daal haastig ter verlossing neer / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 70
Ps 53 De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed / J.E. Voet - Psalm 53
Z 5 Gebed des Heeren / J.E. Voet - GdH
Ps 5 Neem, Heer', mijn bange klacht ter oren / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 5
Ps 79 Getrouwe God, de heidnen zijn gekomen / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 79
Ps 65 De lofzang klimt uit Sions zalen / J.E. Voet - Psalm 65
Z 7 Bedezang voor de predikatie / H. Ghijsen - BvP
Z 2 Lofzang van Maria / J.E. Voet - LvM
Ps 20 Dat op uw klacht de hemel scheure / J.E. Voet - Psalm 20
Ps 2 Wat drift beheerst het woedend heidendom / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 2
Ps 130 Uit diepten van ellenden / H. Ghijsen - Psalm 130
Ps 30 Ik zal met hart en mond, o Heer' / J.E. Voet - Psalm 30
Ps 43 Geduchte God, hoor mijn gebeden / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 43
Ps 37 Wees over 't heil der bozen niet ontstoken; / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 37
Ps 142 'k Riep tot den Heer' met luider stem / J.E. Voet - Psalm 142
Ps 110 Dus heeft de Heer' tot mijnen Heer' gesproken / J.E. Voet - Psalm 110
Ps 90 Gij zijt, o Heer', van d' allervroegste jaren / Laus Deo, Salus Populo - Psalm 90
Ps 99 God, de Heer', regeert / J.E. Voet - Psalm 99



Deze site is nog in ontwikkeling, commentaar en suggesties zijn zeer welkom!
Stuur gerust een e-mail om andere gezangen aan te vragen.

Over Gezangboek.nl

Contact