O dag zeer groot van heerlijkheid

Voorspel + 1 vers









O dag zeer groot van heerlijkheid
van Goddelijke Majesteit.
Wie zou toch God genoegzaam loven?
Die op 't beroemde Pinksterfeest
gezonden heeft de Heilige Geest
op Zijn apostelen van boven.
Zij waren in de opperzaal
met angst, met zorgen, druk en kwaal
al t' samen heftig ingenomen:
De Trooster die van Christus haar
was toegekend, die is aldaar
naar Zijn beloftenis gekomen.
Eendrachtig waren zij te saam.
vergaderd in des Heeren Naam
't hart in 't gebed zijnd' opgeheven.
En ziet, aldaar geschiedde uit
de hemel haastig een geluid
als van een wind zeer sterk gedreven.
’t Huis waar zij zaten werd geheel
daarvan vervuld aan ieders deel.
Hierop verscheen al meerder wonder:
Want daad'lijk zagen zij alhier
verdeelde tongen als van vier
en 't zat op elk van haar bijzonder.
Zij zijn zeer haast vervuld geweest
al t' samen met de Heil'gen Geest;
Met and're talen zij begonnen
te spreken zo de Geest aan haar
gaf uit te spreken, die zij klaar
gelijk haar eigen taal verstonden.
Kom toch o Goddelijke Wind!
Die alle damp en ramp verslindt
en kom geweldig aangedreven:
Wil met Uw liefelijk gedruis
doorwaaien onzer harten huis
't welk wij u tot een tempel geven.
O Hemels Vuur! Kom op ons neer
opdat wij mogen meer en meer
in heil'ge liefd' en ijver branden.
Geef ons te spreken allemaal
Uw wond'ren met een nieuwe taal,
doorsnijdet onzer tongen banden.

Genève 1551 Bron: SZ26 Willem Sluiter (1627-1673)


Over Gezangboek.nl

Contact