1
O Jezus, al mijn roem bestaat in Uw zwaar lijden, kruis en smaad. Mijn troost, mijn lust, mijn rust, mijn eer is slechts in Uwe woorden Heer'. Gij zijt mijn hel en hulp in nood, Gij zijt mijn leven in de dood.
2
Hoe hoog, hoe diep en uitgebreid is Uwe liefd' en goedigheid. Wanneer wij waren afgedwaald, zo heeft Uw hand ons opgehaald, die heeft door wijheid en door kracht ons tot de Vader weergebracht.
3
Groot is mijn ongerechtigheid, maar groter Uw rechtvaardigheid, die mij zal toegerekend zijn niet anders alsof zij was mijn. Daarom zing ik met zoet geluid de lofzang van Gods kind'ren uit.
4
Ik ben zeer vrolijk in de Heer', Ja mijne ziel verheugt zich zeer in mijnen lieven God, want Hij zeer heerlijk heeft bekledet mij met het gewaad der zaligheid, een mantel der gerechtigheid.