1
O, Vader van de lichten, leer ons Uw Woord verstaan; dat kan de zielen stichten. Ook die nog dwalend gaan tot U doen wederkeren, van zonden tot de deugd. Die kan de slechten leren; 't geeft ware troost en vreugd.
2
Uw Woord is enkel waarheid, 't is zuiver en volmaakt. 't Geeft in de zielen klaarheid, geen honing zoeter smaakt. 't Is voedsel voor de schapen; 't is op de weg een staf. 't Is ons een zwaard en wapen en 't keert de vijand af.
3
Geef toch Uw Geest van boven. 't Verstand, dat duister is, verlicht. En werk 't gelove aan Uw getuigenis. Dat Hij aan ons betuige wat in 't verborgen ligt; en onze harten buige, gehoorzaam maakt en sticht.