1
Gelijk de harde diamanten en rotsen van een sterk geweld, zo is mijn hart aan alle kanten In zorgeloosheid zeer bekneld.
2
Nog kan ik het in stilheid dragen alsof er geen gevaar en zij. Kan Jezus zulk een hart behagen? Ach Jezus, toon toch medelij.
3
Trek, buig en breek Gij 't hart in stukken, ach Jezus, toon Uw sterke macht. Laat het voor Uwe voeten bukken. Maak het in plaats van hard toch zacht.
4
Neig toch mijn zorgeloze zinnen alleen tot U genadig, Heer' Dat ik alleen U mocht beminnen. Laat ik dat ondervinden meer.
5
Ik wil nog bidden, zuchten, vleien. Laat het niet zijn in eigen kracht. Leer Gij mij Zelf toch tranen schreien en buigen onder Uwe macht.