J. Worp, D. Sanderman
|
1
Doet iemand zorg of jaren beven, verteert hem kommer of verdriet. Hoe wonderwel lust mij het leven, van zorg of kommer weet ik niet.
| 2
De wereld zegt: ik zal u kleden met zijd' en kostelijk gewaad, dat naar de mood' uw jonge leden en jonge jaren voeg'lijk staat.
| 3
Maar zal ik eens Gode lof toezingen met die hier zijn in smaad en pijn, zo moet ik van de wereldlingen als Jezus' bruid gescheiden zijn.
| 4
O Jesu lief! bezit mijn ogen, O Jesu lief! bezit mijn tong. O Jesu lief! wil niet gedogen dat ooit mijn voet te dartel sprong.
| 5
O Jesu lief! bezit mijn oren, O Jesu! houd mijn handen vast, Dat die niets dartels ooit en horen, Dat geen van deze mis en tast.
| 6
U zal ik zoetste Jesu zingen een vrolijk liedje en weerom. Mijn harte in U vrolijk springen, Van nu aan tot mijn ouderdom. |
|